Beerzelberg

Beerzelberg

Beerzelberg is een natuurpark dat grotendeels omgeven wordt door bebouwing en wegen. Er is een lijnvormige verbinding met andere groene domeinen zoals o.a. het Pelgrimhof en Hof ter Speelbergen. Ten noorden van Beerzelberg liggen de Krankebossen.

Beerzelberg is in menig opzicht merkwaardig te noemen. Door de afwisseling van open plekken met gesloten bos is er een interessante en aantrekkelijke ecologische en recreatieve structuur aanwezig.

Zijn bekendheid dankt Beerzelberg mede aan het feit dat de huidige maximale heuvelhoogte 51,6 meter boven de zeespiegel bedraagt. Daarmee is het gebied officieel het hoogste punt van de provincie Antwerpen.

Beerzelberg
Beerzelberg 51,60m. Hoogste punt van de provincie Antwerpen.

Historiek

Tussen 10 en 20 miljoen jaar geleden situeerde deze regio zich in een overgangszone van de zee naar het vasteland. Beerzelberg is een getuigenheuvel die tijdens het laat-tertiair is afgezet in een ondiepe kustzee (Diestiaanzee). De zanden die in deze periode zijn afgezet worden Diestiaanzanden genoemd. Het bijzondere aan die zanden is dat ze sterk glauconiethoudend zijn. Glauconiet bevat veel ijzer. Toen de zee zich definitief terugtrok stonden de afgezette zanden bloot aan verwering. Het glauconiet oxideerde tot limoniet en de roest die zo ontstond deed het zand aaneenklitten tot harde ijzerzandsteen. De zachtere lagen werden weggespoeld terwijl de harde laag weerstand bood tegen erosie. Daardoor ontstond een heuvelrug. Deze getuigenheuvel maakt deel uit van een hele reeks heuvels die in een NO-ZW-as georiƫnteerd zijn, lopende van het West-Vlaams Heuvelland tot de Kempense Heuvelrug in Kasterlee.

Op de kaart van Ferraris (1771-1778) is de centrale open plek op de top van Beerzelberg duidelijk te herkennen als een ronde open plek van waaruit een stelsel van wegen als stralen vertrekken. Temidden van Beerzelberg bevindt zich een open ruimte waar 27 dreven samenkomen. Dreven die elk uitzicht geven op een kerktoren. Die open plek is nog steeds aanwezig op de top van de heuvel.

beerzelberg kaart Ferraris
Kaart van Ferraris. Beerzelberg met de 27 dreven duidelijk zichtbaar.

In de winters van 1906-1907 en 1907-1908 werd het bergbos gekapt en gingen de dreven voorgoed verloren. Nadien kwam er meer heide op de heuvel. Beerzelberg deed ook nog dienst als militair domein dienst gedaan en was het decor van cyclo- en motorcrosswedstrijden. Vooral die laatste drukten hun stempel op het huidige uitzicht van de padeninfrastructuur. Vele paadjes die toen ontstonden, doorsnijden het domein kriskras.

Natuurwaarde

Beerzelberg dankt zijn belang aan de aanwezigheid van een grote hoeveelheid hakhoutstoven. Sommige van die hakhoutstoven dateren uit de middeleeuwen en zijn van grote waarde voor het behoud van het autochtone genetische materiaal van onze inheemse soorten. Op Beerzelberg komen vooral eikenstoven voor, tot een diameter van 13 meter. Ze behoren tot de oudste eiken hakhoutstoven van de provincie, getuigen van meer dan 1000 jaar duurzaam beheer. Daarnaast zijn er stoven van tamme kastanje, beuk, plataan en ruwe berk. De enkele beukenstoven behoren wellicht tot de laatste oorspronkelijke beuken van Vlaanderen.

De bodemtextuur van Beerzelberg bestaat grotendeels uit een zandleemcomplex. De vele bosranden en open plekken hebben een belangrijke natuurwaarde. De vegetatie vertoont kenmerken van het typische Kempisch district enerzijds en het Hagelands district anderzijds. In de zuidrand van het bos is er bijgevolg een bonte menging van boomsoorten en kruidachtigen met een goed ontwikkelde struiklaag. De rest van het bos wordt vooral gekenmerkt door een kruidlaag, bestaande uit bochtige smele en pijpenstrootje. Het bos bestaat grotendeels uit inheemse soorten en wordt slechts lokaal gekenmerkt door een belangrijke bijmenging van exoten.

In de periode van begin maart tot eind mei kan je op de open zandige plekken op speurtocht gaan naar zandbijtjes. De kegelvormige zandhoopjes nabij de ingang van het nest verraden hun aanwezigheid. De basterdzandloopkever komt eveneens voor op de open plekken met heide en met heischrale vegetaties, alsook talrijke sprinkhanen.

Buiten eekhoorn, konijn, egel en een aantal muizensoorten is het aandeel zoogdiersoorten voor het gebied uiterst beperkt. Het is wel een uitstekend jachtterrein voor de laatvlieger en de dwergvleermuis.

Beheer

De afwisseling van open ruimtes en gesloten bos zorgt voor een aantrekkelijke ecologische infrastructuur. Deze kan best zo veel mogelijk behouden blijven. Het behoud van de hakhoutstoven is uiteraard prioritair.

De belangrijkste natuurwaarden zijn de open plekken en de bosranden langs die open plekken. Om spontane bebossing te voorkomen moet die opslag regelmatig gekapt en verwijderd worden. De bestrijding van Amerikaanse vogelkers en Japanse duizendknoop is een blijvend aandachtspunt. Het maaien en begrazen moet de heide jong en vitaal houden, duinzandvegetaties zijn in dit gebied ecologisch heel belangrijk.

De afwisseling van open ruimtes en gesloten bos geeft het ganse domein een aantrekkelijke ecologische waarde en moet dus zoveel mogelijk behouden blijven.