peultenbossen

peultenbossen

PEULTENBOSSEN

Historiek

“De Peulte” is een bos gelegen op de grens van Putte, Bonheiden en Sint-Katelijne-Waver dat al in de 16de eeuw deel uitmaakte van het Grote Waverwoud, dat gans de streek tussen Lier, Heist-op-den-berg en Rijmenam bestreek. Keizer Karel V (1500-1560), die 15 jaar in Mechelen woonde bij zijn tante Margaretha van Oostenrijk, had er zijn jachtgebied.

Tot voor tweehonderd jaar sprak men niet van “De Peulte” doch wel van de “Krankhoevebossen”. Deze benaming en de naam van de Grote Krankhoeve aan de overkant van de Mechelbaan, gebouwd in 1712, verwijst waarschijnlijk naar een pesthuisje dat gebouwd werd nabij de Oude Putsebaan. De zieken uit de stad werden er in de middeleeuwen afgezonderd in een hut in de bossen. Ze werden er, zonder enige vorm van opvang en verzorging, aan hun lot overgelaten.

Heel waarschijnlijk is het gebied in de middeleeuwen eigendom geweest van de “Heilige Geestestafels” van één van de Mechelse parochies. Na de Franse Revolutie hebben deze hun eigendom moeten afstaan aan de Burelen van Weldadigheid (1793), voorlopers van het OCMW (1976). Vanuit de Krankhoeves werd dan eten geleverd voor de lokale ziekenhuizen. Het OCMW van Mechelen is op heden nog steeds de eigenaar van het gebied.” De Peulte” en de Grote Krankhoeve vormden destijds een economisch geheel, waarbij “De Peulte” de functie hadden van productiebos voor de Grote Krankhoeve (hakhout). In 1825 werd de Grote Krankhoeve gescheiden van “De Peulte” door de aanleg van de nieuwe baan Mechelen – Putte.

De later gegeven naam “Peulte” zou afkomstig zijn van een vervorming van “Poli”, een welgestelde familie die rond de jaren 1200 woonachtig was in Mechelen en eigenaar was van het grootste deel van het huidige Peulis. Een andere verklaring verwijst naar het Latijnse woord “polus” wat moeras betekent. De Peultenbossen zijn inderdaad een moerassig overblijfsel van wat ooit een uitgestrekt bosgebied is geweest.

Natuurwaarde

De Peultenbossen bestaan voornamelijk uit eiken-haagbeukenbos met ondergroei van hazelaar, jonge esdoorn en lijsterbes.

Het gebied wordt doorkruist door de Houten Brugbeek en de Waversebeek, tijdens de paartijd kan je er de bruine kikker dan ook frequent horen “brommen”. In de nattere delen vinden we moerasspirea, gele waterkers, dalkruid en kleine maagdenpalm.

Op een klein deel van het gebied komt een goed ontwikkeld broekbos voor met zwarte els, lelietje-van-dalen en moeraswalstro.

Op de droge delen komt veel sporkehout voor, waardplant voor het boomblauwtje dat hier dan ook overvloedig rondfladdert. Ook op het droge deel werd grove den gekapt en vervangen door moeraseik. In het bos staan meerdere exemplaren die mooie parketplanken kunnen opleveren. Toch worden ook naaldhoutbomen behouden in het gebied, door hun immergroen karakter bieden ze immers de perfecte camouflage voor de nest van sperwer, buizerd en boomvalk. Vooral de buizerds zie je regelmatig op thermiek voorbij vliegen.

De bosanemonen, die in het voorjaar weelderig bloeien, zijn kenmerkend voor dergelijke oude bossen. Ook speenkruid staat vroeg in bloei dankzij haar knolletjes.

De vier aanwezige bunkers bieden een perfecte schuilplaats voor o.a. de grootoorvleermuis. Ook nachtvlinders vinden hier een plekje om te overwinteren.

Met wat geluk kan je ook een schichtige ree voorbij zien snellen.

Het bos wordt omgeven door percelen met struweelopslag van allerlei aard en soortenrijk permanent cultuurgrasland. Het geheel bezit een hoge visuele belevingswaarde.

Natuurbeheer

Het gebied bestaat voornamelijk uit bos.

Omgevallen bomen worden niet verwijderd als ze de wandelaars niet hinderen. Onder hun wortels kan zo een poel ontstaan en bijen vinden vaak een plekje tussen de wortelkluiten. Vooral de Zwarte den is hier gevoelig voor daar deze geen penwortel heeft zoals de Grove den.

De aanplant van Corsicaanse den en Grove den heeft momenteel een eerste dunning gekregen. Een klein gedeelte van Grove den zal behouden worden. Exoten zoals Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik worden bij  voorkeur gekapt om de natuurlijke verjonging met zomereik te bevorderen.

Er is aandacht voor voldoende variatie in boszomen : zowel schrale als ruigere, al dan niet zonbeschenen. Typische doelsoorten zijn hier bosmier en hazelworm.
Kleine landschapselementen zoals houtkanten, bomenrijen, solitaire bomen en hagen worden gekoesterd.

Het inrichten van de bunkers is een project voor de nabije toekomst.